woensdag 9 januari 2013

Een marter in huis (1)

Mens en dier zijn samen op deze planeet dus is het logisch dat we samenleven. Maar we zijn wat uit elkaar gegroeid. De mens voelt zich superieur, denkt dat hij het enige wel-denkende wezen is omdat hij praat. En wie praat, lijkt het voor het zeggen te hebben. Maar die tijd is voorbij. Steeds meer dieren worden verstaan door mensen en dat geeft heel leuke situaties. Zo is er de marter in Duitsland, net over de grens. Hij heeft een plek gevonden in twee huizen onder één kap. Mij wordt gevraagd: “Zou jij het beestje willen verzoeken (met klem!) een ander onderkomen te zoeken en daarbij niet in schuren, garages, bijgebouwen te trekken?” Mijn eerste reactie is dat marters erg leuke dieren zijn, maar ik begrijp het probleem en maak contact met de marter. Hij vraagt meteen of ik hem kom verjagen. Dieren kunnen soms zo direct doen… ik bouw het liever op met een blabla praatje. Maar goed, meteen to the point kennelijk met deze marter, dus ik zeg maar eerlijk dat het wel de insteek van het gesprek is dat hij vrijwillig vertrekt. Maar hij vindt het helemaal goed daar. ‘Mensen willen geen marter in hun huis,’ zeg ik. Gaat er niet in bij hem. ‘Mensen hebben dit huis gebouwd zodat ze erin kunnen wonen. Jij hebt het niet gebouwd.’ Dat vindt hij discutabel. Hij heeft zich ook een plek genesteld, net zoals mensen met hun spullen een plek nestelen. Beide partijen zijn kennelijk tot dezelfde conclusie gekomen: dit is een goede plek om te wonen. Dan ga ik een stapje verder, zeg dat ik niet weet hoe de wetgeving in Duitsland is, maar het kan zomaar zijn dat er gif gestrooid gaat worden. Gif vindt hij niet leuk. Het gesprek loopt niet soepel, dus ik denk wat ik ervan zou vinden als er een marter bij ons zou wonen. Het lijkt me best groot zo’n dier. Maar de marter zegt: ‘Geen angst, ik vermijd mensen.’ Nog een troef is de stankoverlast. Een relatief begrip, vindt hij. En daarmee ben ik uitgepraat. Ik heb niks meer in handen: van de mensen mag hij niet in huis of in andere gebouwen, hij wil niet weg, wat dan wel? Dus ik zeg de marter dat hij mag gaan nadenken en ik zal de mensen vragen wat hun concessies zijn. De reactie is dat zij de marter kunnen laten vangen en ergens anders uitzetten of een marternestkast plaatsen een eind verderop. Met die info ga ik weer naar de marter, die meteen zegt dat hij blijft. Ik weet dat marters solitiar zijn, maar toch vraag ik me af of deze wel alleen is. Ik ben iets stellender dan gisteren en zeg dat de mensen echt niet genegen zijn met hem onder één dak te wonen. Ik zeg hem ook dat het een overdreven luxe is voor een marter om in een huis te wonen en verleidt hem om ‘back to nature’ te gaan. ‘Als je het heft zelf in handen wilt houden, pak je je biezen,’ zeg ik. ‘Je zult niet dood gemaakt worden, maar ze gaan je wel vangen. Is dat wat je wilt?’ Ik krijg de indruk van de marter dat hij de mensen maar saai vindt. ‘Ja joh, soms is er met mensen gewoon niet meer te beleven…’ sluit ik af. Ik ben benieuwd waar het dier voor gaat kiezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen